Foto: Ellen van Dilst

Lintje

Door Ellen van Dilst

Onlangs regende het, net zoals in de afgelopen jaren, lintjes. Behalve mijn oom Wim, kende ik niemand met een lintje en wist er eigenlijk niet zoveel van af. Die van oom Wim was altijd een mysterie voor me. Op hoogtijdagen droeg oom Wim een pak met een klein reepje gekleurde stof op zijn revers. Als kind was mijn leven zoals het was en het duurde een tijd voordat ik wist dat dat reepje stof symbool stond voor de koninklijke onderscheiding die hij had gekregen. Een afgeknipt reepje van het lintje, als het ware.

Maar dit jaar werd mijn kring van decorandi uitgebreid. Een kennis van me uit de stad waar ik jaren had gewoond, had er een gekregen. De burgervader had het er druk mee gehad, stond in een persbericht. Wel 36 inwoners had hij een koninklijke onderscheiding opgespeld.

Waarom krijgen mensen eigenlijk een lintje?

Waar ik als kind geen vragen had gehad, had ik er nu des te meer. Waarom bijvoorbeeld hangt de koning zelf die lintjes niet om? Zesendertig lintjes leek me niet een dagtaak en dat is de oogst in een grote stad, dus wellicht kunnen de decorandi per provincie worden gebundeld en maakt de majesteit er een jaarlijkse rondgang van. Een mooi alternatief op koninginnedag, lijkt me zo.

Waarom krijgen mensen eigenlijk een lintje? Het internet is geduldig en leverde een overzicht van 36 waaroms. Om in mijn voormalige woonstad onderscheiden te worden, moet je bij voorkeur een man zijn, boven de 50 en iets vrijwilligs of heroïsch hebben gedaan.

Natuurlijk deed ik meteen een vergelijkend onderzoek. Wat is de situatie in de samengestelde plattelandsgemeente waar ik nu woon, qua lintjes? En wat blijkt: ook hier zijn het mannen van een zekere leeftijd of daarboven, met bovengemiddelde vrijwillige inzet. Geen helden, althans niet dit jaar, maar verder is één verschil met de stad: hier is de vrijwillige inzet veelal verbonden aan de kerk. Een opmerkelijk verschil. Mijn voormalige woonstad is historisch gezien een belangrijk, kerkelijk centrum. Maar de kerken lopen er leeg en de vrijwillige arbeid wordt zonder geloof gedaan.

Hoe het ook zij, het is mooi dat onbaatzuchtigheid geëerd wordt met zoiets kleins als een reepje stof, met of zonder majesteit.

En waarom mijn oom Wim een lintje had? Naar de kerk ging hij nooit dus dat kan het niet geweest zijn. Maar oom Wim was de liefste man die ik kende. Hij was mijn held. Lijkt mij reden genoeg.

Meer berichten