Foto: Ellen van Dilst

Eten

Column door Ellen van Dilst

De kinderen kwamen eten. Voordat ik in het dorp ging wonen, was dat tamelijk gebruikelijk. De ene woonde nog thuis en hoefde dus alleen maar een trap af te dalen en aan te schuiven. Of hij kookte zelf, en dan hoefde ik alleen maar aan te schuiven. Maar ook zeven afwassen doen en de keuken van top tot teen soppen. De andere had al jaren geleden de stad verruild voor een nog grotere stad, maar had nog de sleutel. Die rende dan, steevast te laat, naar binnen, gooide het huis vol met tassen en jassen, dook in de koelkast voor wat drinken en schoof aan. Met een beetje mazzel deed ze na het eten de afwas, vulde de tassen met ik-weet-niet-wat en dwarrelde weer op weg.

Maar nu ik zelf het huis was uitgegaan, was alles veranderd. Komen-eten moest worden georganiseerd. Ik maakte een whatsapp-groep om een eetafspraak te plannen. We haalden dingen in huis die we normaal nooit eten of drinken, maakten de wc schoon en stelden een programma samen voor als het gesprek zou stilvallen. We haalden ze op van het station, ze veegden hun voeten voor ze binnen kwamen en legden hun jas keurig op de plek waar ik de mijne even had neergekwakt omdat ik nodig naar de wc moest. De kinderen waren gasten geworden.

Ik presenteerde koffie en koek en ging zitten. Mijn taak zat er even op, vond ik. Het was even wennen. Voor het eerst zaten we met elkaar in een huis wat ik 'thuis' noem, maar zij niet. Maar toen ik me bedacht dat ik wellicht iets op gang moest brengen, was het al te laat. Iedereen kakelde als vanouds door elkaar heen. We lachten om elkaars grappen en deden een spelletje waarvan niemand de precieze spelregels kende. Die ene dook de koelkast in, die andere sneed het brood en de soep ging schoon op. Aan het eind van de avond werden de tassen gevuld met de laatste biertjes, een overgebleven pak sap en andere zaken die wij zelf niet blieven. En terwijl ze teruggebracht werden naar het station, daalde de rust weer neer. Alleen de afwas, die hadden ze niet gedaan.

Meer berichten