Logo gouwekoerier.nl

Gedoopt in een jurk van 104 jaar oud

Oma met haar achterkleinkind in De doopjurk
Oma met haar achterkleinkind in De doopjurk

We zitten in de banken van de RK Petrus en Pauluskerk bij een doopje van Fiene van Os. Een trotse overgrootoma verteld wijzend op de doopjurk van Fiene, dat er maar liefst 34 kinderen in gedoopt zijn. Ooit werd de doopjurk door haar welgestelde opoe aan haar moeder gegeven voor de doop van haar oudste broer Arie van der Meulen. Dat betekend dat de doopjurk inmiddels al 104 jaar oud is. Zo raken we met Jans Vermeulen- Van der Meulen in gesprek. In 1927 kwam ze aan de Randenburgseweg ter wereld. Eén uit een gezin van twaalf kinderen.

Jans: "Ik zat bij de zusters van het Heilig Hart op de lagere school op Reeuwijk-Dorp. Pastoor Hakkeling was nog zo'n echte ouderwetse pastoor. Heel statig, maar hij hield van kinderen. In zijn zwarte toog op het kerkplein kon hij je zo speels aan je oren trekken. Elke vrijdag reed hij in alle vroegte met zijn zwarte Ford naar ouwe Dirk van Leeuwen op de hoek van Randenburg (Raamburg zeiden wij) om hem en zijn vrouw de communie te brengen. Wij kinderen zorgden dan dat we voor hun huis stonden, konden we met hem meerijden naar school. Als je geluk had! Want er waren vier grote gezinnen aan de Randenburgseweg. Ons gezin, dat van Leen Maurits, van Kees Maurits en van Harry Spruijt. Uit elke gezin zaten er wel zo'n vier of vijf kinderen tegelijkertijd op de lagere school. Die pasten natuurlijk nooit allemaal in die Ford (met zo'n blaasbalg nog). De pastoor probeerde er wel zoveel mogelijk in te krijgen. Dan zaten we soms drie dik op elkaar. Wij vonden het prachtig. Elke week maakte je kans om mee te rijden. Als je pech had, moest je toch lopen. En ik weet nog dat toen ik in de zesde klas zat, de kruisweg voor het eerst op de muur van de HH Petrus en Pauluskerk is geschilderd."

Half centje

Op Randenburg woonde Antje van Vliet. Een vrijgezelle dame die alleen zout, suiker, pepermunt en peterolie verkocht. "Met de peterolie was ze duurder dan de peterolieman, dus alleen als we tekort kwamen kochten we het bij haar. Moeder stuurde mij eens voor een kannetje van een paar liter naar haar toe. Ik had centjes meegekregen maar kwam net een halfje tekort. Antje wilde dat ik dat eerst thuis ging halen. 'Maar dan kan moeder het eten niet op tijd klaar hebben!' Ik beloofde haar het halve centje de volgende dag, voor school uit, te betalen. Maar ach, je weet hoe kinderen zijn. Ik was het totaal vergeten. Tot ik haar op het bruggenhoofd zag staan. Ik op een draf weer terug naar huis, voor dat halve centje. In haar werkkamer had ze een hele rij met stoven staan. Ooit stond er een katholiek kerkje aan Randenburg. En dan kon je bij haar een stoofje huren met brandende kooltjes. Zo kon je warme voeten houden tijdens de dienst. De kerk was er toen al niet meer, maar ze had die dingen ook niet weggegooid. Ze was vrijgezel, leefde heel zuinig, maar had wel een paar centen. Dit winkeltje deed ze erbij."

Oorverdovend

In 1939 zijn haar twee oudste broers voor de mobilisatie opgeroepen. Maarten naar vliegveld Valkenburg en Jan als Rode Kruis soldaat bij Scherpenzeel. "Mijn moeder had het niet meer. In mei 1940 kwamen de bommenwerpers zo laag bij ons over, dat ze extra gas moesten geven om over de notenbomen naast ons huis te vliegen. Het was zo'n oorverdovende herrie. In die tijd was er geen verkeer, niets. Zo rustig en dan in ene die vliegtuigen zo laag. Doodeng. De strijd van Nederlandse kant tegen de Duitsers duurde maar een paar dagen. Er was geen telefoon, geen openbaar vervoer, dus is mijn vader op de fiets gaan kijken of Maarten nog leefde. Hij vond hem en Gerrit de schillenboer. Wekenlang kon Maarten niet over de oorlog praten. Zijn kameraden waren naast hem in de loopgraven doodgeschoten."

Alstublieft vader

"Een jaar later is mijn moeder overleden. Ik was dertien en weet nog hoe ik tranen met tuiten huilde toen we achter haar kist over het laantje achter de katholieke kerk naar de begraafplaats liepen. Mijn oudste zus heeft haar taken toen overgenomen. Toen ik vijftien werd, ging ik bij een boerengezin met vijf kinderen werken. Ik trok in voor dag en nacht en hielp mee in de huishouding. Op zondagmiddag mocht ik even naar huis. Op de fiets vanuit Waddinxveen. En dan zei ik 'alstublieft vader' en gaf de drie gulden vijftig die ik verdiend had die week af. Zo ging dat in die tijd. Mijn zus kreeg verkering en haar vriend vond het maar niets dat zij thuis moest werken. Hij vond dat ze zelf geld moest verdienen. Ze zouden tenslotte gaan trouwen. Mijn vader heeft mij gevraagd even met hem te komen praten. 'Grad wil gaan verdienen,' zei hij mij, zo kwam ik weer thuis en nam haar taken over."

Pap van stijfsel

"Mijn vader huurde het boerderijtje van Leen Vergeer. Tussen de middag zaten we een boterham te eten toen zijn zoon Piet binnenkwam. 'Ik moet je spreken buur.' Dat kon volgens Piet niet waar wij kinderen bij waren. Samen met vader is hij naar de voorkamer gegaan. Daar hebben ze een poosje staan te praten. Toen mijn vader terugkwam zei hij: 'Waar denken jullie dat Piet voor kwam?' Piet moest trouwen, wat een enorme schande was in die tijd. Als je een meisje zwanger had gemaakt, moest je je verantwoording nemen en met haar trouwen. Piet was komen vragen of hij in het zomerhuis kon gaan wonen. Het was onze fietsenstalling. Piet heeft het omgebouwd tot woning. Hij werd boer op het land achter ons. De kaas die hij maakte ruilde hij voor ander voedsel. Piet was niet zo vrijgevig. Heel af en toe kregen wij een pintje wei van hem, daar kookte ik dan bloempap van. Ook de bloem raakte op. Maar ik had nog wel een aantal pakjes stijfsel voor de was. (om de was keurig op te stijven). De achterkant van die pakjes heb ik eens goed bestudeerd en bleek dat daar aardappelmeel in zat. Dus heb ik daarna pap van de stijfsel gekookt. Niemand die het verschil proefde."

Lamplicht

Jans vertelt verder over de tijd in de oorlog: Op winterdagen was het al snel donker en dan hadden we een fiets waarmee we het lamplicht boven de tafel aantrapten. Je trapte om de beurt en het gaf net genoeg licht om elkaar te kunnen zien. Kaarsen waren er ook niet meer. Er was vrijwel niets.

Meerderjarig

"In Drenthe kon je één kopje rogge krijgen per boerderij. Je moest heel veel boeren af om een half mud rogge bij elkaar te krijgen. Mijn broer was dat op de fiets wezen doen. Dat wilde ik ook, maar mijn vader vond het veel te gevaarlijk met al die Duitsers. De dag nadat ik meerderjarig was geworden, zei ik hem dat hij nu niets meer kon zeggen. Piet Verleun ging ook mee. Hij had zich, om niet te worden opgepakt, als vrouw verkleed. Bij Zeist waren de Duitsers een linie aan het graven. Iedereen die groot genoeg was, kreeg een schop in zijn handen geduwd om mee te helpen graven. Ze ontdekten dat Piet een man was. Gelukkig kon hij na twee dagen ontsnappen. Op de rijkswegen was nauwelijks verkeer, dus die fietste je af. Ik had luchtbanden maar de jongens hadden van die dikke rubberen horrelbanden. Bij Zwolle de IJsselbrug over, wat erg spannend was. De Duitsers hielden iedereen aan en al het eten werd gevorderd. Ook zij hadden honger. Net als de meesten hier op Randenburg verbouwde mijn vader zelf tabak. Daarvan hadden we een puntzak meegenomen om die, in geval van nood, weg te kunnen geven. We hebben die aan een 23-jarige jongen gegeven die voor ons de rogge over de IJsselbrug terug had gesmokkeld. Het vreemde was dat ik na al die kilometers fietsen op rijkswegen bang was voor het water naast de Reeuwijkse weggetjes. Ik slingerde en was zo bang in het water te fietsen. Ook op Reeuwijk-Dorp waren Duitsers gelegerd. 's Avonds om acht uur moest je binnen zijn. We waren net op tijd binnen, van pure spanning liet mijn vader zijn tranen de vrije loop, toen we heelhuids thuis waren. En eindelijk konden we in mei de bevrijding vieren."


Familiejurk

"Ik trouwde met Cornelis Josephus Vermeulen, met Cor. We verhuisden naar Boskoop; dat wil zeggen, één huis naast mijn ouderlijk huis. Ik moest vanaf dat moment kerken in Boskoop. Zo heeft de doopjurk dus een uitstapje naar de (voormalige) katholiekenkerk aan het Reijerskoop in Boskoop gemaakt. Is ook nog een leuk verhaal. Kinderen moesten zodra ze waren geboren gedoopt worden. (Als kraamvrouw lag je de eerste vijf dagen plat op bed.) De Randenburgseweg stopte abrupt bij de grens van Reeuwijk. Daarna liep er een onverhard pad richting Reijerskoop. Maar de taxi moest helemaal omrijden. Vanaf het Reijerskoop over de Middelburgseweg, Nieuweweg naar Randenburg om Janine op te halen voor de doop in de kerk op Reijerskoop. Ook Henk, Lisete, Anja en Piet-Jan zijn in de doopjurk van opoe ten doop gehouden in de kerk op Reijerskoop."

Jans is een meester-verteller. Ze vertelt zo vrolijk en tot in detail. Met plezier hang ik aan haar lippen. Gelukkig schrijft haar kleindochter Esther van der Werf haar memoires uit. Jans kent nog zoveel grappige anekdotes, teveel voor dit artikel.

Door Marlien van Leeuwen

1 reactie
Meer berichten


Shopbox