Logo gouwekoerier.nl

Eetperikelen

Column door Jos Gosen

Het leuke aan kinderen is dat ze groeien en zich ontwikkelen. En dan wordt ook steeds duidelijker, wat voor soort kind je hebt: een rustig meegaand kind of is het een felle uitgesproken zuigeling met een sterke wil. Vaak is dat leuk, soms lastig, vooral bij eetgedrag.


Een paar feiten: zuigelingen drinken en eten bijna altijd heel goed. Dat komt omdat ze in het eerste levensjaar heel hard groeien en daarom een enorme behoefte aan calorieën hebben. Bij de geboorte is de gemiddelde zuigeling 50 cm groot, maar na een jaar al tussen de 70 en de 75 cm. Dat is maar liefst 20 tot 25 cm groei per jaar. Meer dan ooit in je hele leven, zelfs vergeleken met de puberteitsgroeispurt. Maar na een jaartje verandert dat. De groei neemt af en daarmee ook de eetlust.

Peuters eten geleidelijk nog maar één boterham per dag, waar ze tevoren drie tot vier boterhammen aten. Zeker warm eten skippen peuters vaak vrijwel volledig. En daar komt ook het karakter van je kind om de hoek kijken. Peuters ontdekken, dat als ze nee zeggen bij bepaalde voeding er heel interessante dingen gebeuren bij ouders. Waar ze eerst boterhammen met kaas en vlees moesten eten, krijgen ze hagelslag en pindakaas als ze even protesteren. En dat kunnen felle peuters wel!

Iets anders: zes van de tien kinderen van 1 tot 12 jaar eet te weinig groente en fruit, waar de helft te weinig vis eet. Doen we het dan niet goed als ouders? Feit is, dat ouders een belangrijke rol spelen bij het aanleren van eetgedrag en eetgewoonten van hun kinderen. Zuigelingen en peuters eten niets wat niet aangereikt is; zij kunnen het simpelweg niet zelf pakken.

Belangrijk bij het aanleren van gezond eten, is de opvoedingsstijl: autoritaire ouders vragen gehoorzaamheid, ook bij eten. Ze straffen en belonen rondom het eten. Op latere leeftijd zie je vaak minder groente- en fruitinname en onrustig eetgedrag, zo blijkt uit onderzoek van de Jeugdgezondheidszorg.
Toegevende ouders laten hun kind vrij in het kiezen van voeding en eettijdstippen. Op latere leeftijd gaat dat vaak gepaard met minder groente- en fruitconsumptie en graasgedrag: de hele dag door eten en geen echte maaltijden meer.
Gezaghebbende ouders bieden structuur rondom de maaltijd. Ze dwingen niet, maar houden wel controle over de soorten voeding die gegeten wordt. Altijd even proeven, en prijzen als het kind geproefd heeft.

Welke opvoedingsstijl je kiest, hangt af van je eigen opvoeding. Maar duidelijk is wel dat de stijl die je kiest gevolgen heeft voor je kind.


Tenslotte nog een misverstand uit de weg ruimen: zuigelingen hebben geen speciale voorkeur voor smaken. Ze kunnen aan vrijwel elke smaak wennen, als die een aantal keer wordt aangeboden. Het advies voor ouders: bied je kind in het eerste levensjaar een aantal keer achter elkaar een voedingsmiddel aan, zodat het kan wennen aan die smaak. En dan niet alleen de makkelijke smaken, maar ook complexere smaken als bitter en zuur.

En als met al deze adviezen en richtlijnen je kind tóch weigert gezond te eten, dan is er maar een conclusie mogelijk: hij of zij heeft een heel erg sterke wil. Bedenk dan dat de appel niet ver van de boom valt en dat je een koekje van eigen deeg krijgt.

1 reactie
Meer berichten